Het is al laat, ik ben met een vriendin op stap en zij zoekt nog iemand. Ze wil een kroeg binnen waar ik geen zin heb om naar binnen te gaan. Zo laat op de avond is iedereen daar dronken en het stinkt er naar bier en nog een geur die ik niet thuis kan brengen, iets met schimmel. Buiten staat een jongen alleen te roken, dus ik begin tegen hem te kletsen. Ik vraag of hij ook niet naar binnen wil of op iemand wacht. Hij kijkt niet eens mijn kant op. Ik doe nog een poging, want hij kijkt nu iets meer mijn richting op. "Ben je al binnen geweest?" Nog niks. "Dan niet joh", zeg ik een beetje geïrriteerd en ga op een trapje naast de ingang zitten. Nu kijkt hij me wel aan. Ik kijk een beetje boos terug. Hij pakt iets uit zijn binnenzak en begint iets op te schrijven. Daarna komt hij voor me staan en geeft me een papiertje: "Sorry, praat je tegen mij? Ik kan je niet horen, ik ben doof." Ik begin eerst terug te praten, bedenk me dat ik geen gebaar voor sorry weet, maar dan geeft hij me gelukkig zijn notitieblok en pen. Zo zitten we de hele tijd op de trap te schrijven en vraagt hij tenslotte of ik een keer wil afspreken.
Als ik een paar dagen later bij zijn huis kom, zie ik een deurbel en vraag me af hoe dat dan werkt. Als ik binnen ben laat hij me zien dat er een lamp aangaat als de deurbel gaat en als hij slaapt gaat zijn bed trillen. Daar heb ik allemaal nog nooit bij nagedacht. Ik vraag hem of hij op stap gaan wel leuk vindt zonder muziek, maar hij kan de beat van de muziek wel voelen vertelt hij me en meestal communiceert hij met papiertjes of bierviltjes, omdat weinig mensen gebarentaal kennen. Hij vertelt ook dat hij bijna alleen maar dove vrienden heeft en nog nooit met een horend meisje is uitgeweest. Ik zeg dat het andersom ook zo is. Als hij op een gegeven moment de tv aan zet, merk ik dat het geluid ook uit staat. Heel veel tv programma's zijn helemaal niet zo leuk zonder geluid. Veel missen ook nog steeds een ondertiteling. Aan het eind van de avond krijg ik een cd van hem, omdat ik wat gebarentaal wil oefenen en we spreken af om te bellen (er waren nog bijna geen mobieltjes en ik had geen internet thuis.) Hij legt uit hoe dat zijn werk gaat.
Wanneer ik later bel merk ik hoe apart het is om zo te communiceren. Ik krijg een vrouw aan de lijn en ik moet wachten tot hij achter zijn computer zit. Dan moet ik langzaam zeggen wat zij moet typen. Zij leest dan weer voor wat hij terugtypt. Ik raak er helemaal van in de war. Ook omdat de vrouw ondertussen ook nog eens commentaar zit te geven op het typen ("wat een rare zin is dit"), toch lukt het om wat af te spreken.
We gaan naar de film en hier merk ik een moeilijkheid. Het is uiteraard donker in de zaal, dus ik kan de hele film ook bijna niks zeggen. Tijdens de film probeer ik een aantal keren iets te gebaren (dat er enge muziek speelt of een harde klap) en ik besef me dat hij veel stukken van de film niet meekrijgt. De gebarentaal vind ik ook moeilijk, het gaat nog zo langzaam dat ik 10 minuten over 1 zin doe. De meeste woorden moet ik nog spellen met het alfabet. Gelukkig zijn er ook nog andere manieren om te communiceren, maar toch wil je vaak dingen uitdrukken in taal. Of je bent het in elk geval zo gewend.
Met die jongen is het uiteindelijk niks geworden, ik vond de stiltes en de langzame communicatie wel moeilijk, maar dat was niet de reden dat het niks werd. Een tijdje later kwam op mijn werk een groep kinderen langs van de dovenschool. Toen ik me voorstelde deed ik dat in gebarentaal en spelde mijn naam. Een klein meisje uit de groep stak haar duim naar me op en lachte. De kinderen spelden daarna ook allemaal hun naam voor mij. Eigenlijk vond ik het heel jammer dat ik niet al veel eerder gebarentaal had geleerd. Er zijn tegenwoordig natuurlijk wel veel meer mogelijkheden om communicatie gemakkelijker te maken en ook de techniek voor gehoorherstel gaat steeds meer vooruit. Gelukkig maar, want ik denk dat communicatie tussen mensen heel erg belangrijk is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten